Rasbeschrijving van de Oosterse Roller.


Land van oorsprong

Turkije(klein Azië)


Algemeen Voorkomen

Middelgrote duif; enigszins opgerichte houding; brede borst, holronde rug en schuin omhoog gedragen staart.


Raskenmerken

Type: Breed, compact met schuin omhoog gedragen staart.
Stand: Middelhoog, enigszins opgericht.
Kop: Glad, langwerpig gerond met breed en licht getrokken voorhoofd, met iets snavelhoek en hoogste punt voor de ogen.
Ogen: Parelogen met kleine pupil; enkele bloedadertjes zijn toegestaan.
Oogranden: Smal en licht
Snavel: Middellang, aan de aanzet krachtig, licht vleeskleurig; lichte stip conform de kleurslag is toegestaan; bij verder gelijke kwaliteit genieten dieren met een schone snavel de voorkeur; bij blauw, blauwzilver roodziver, dominant rood, almond en zwartsprenkel wordt een blanke snavel nagestreefd, bij kite hoomkleurig, de verlengde snavellijn door het oog.
Neusdoppen: Klein, glad en wit.
Keel: Uitgesneden.
Hals: Middellang, breed uit het lichaam opkomend, naar de kop toe slanker wordend.
Borst: Breed, goed gerond en enigszins naar voren gedragen.
Rug: Kort, holrond, breed bij de schouder en de stuit.
Vleugels: Los tegen het lichaam, gesloten afhangend onder de staart gedragen zonder de grond te raken.
Staart: 14 tot 18 brede, dicht op elkaar liggende veren met goed aansluitend bovenstaartdek; schuin omhoog, enigszins gewelfd en zonder gapingen gedragen; aan het einde iets breder dan de schouder.
Benen: Middellang.
Bevedering: Strak aanliggend.


Kleurslagen

 

Klik hier om enkele kleurslagen van Oosterse Rollers te bekijken

 

Klik hier om enkele kleurslagen van Perzische Rollers te bekijken


Kleur en tekening

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleuren intensief, respectievelijk zuiver.
De lakkleuren met veel glans.
Bij blauwe en blauwzilvers wordt een donkerder grondkleur met tevens doorgekleurde rug en gekleurde buitenste staartpennen nagestreefd.
Blauw- en de zilvergebande met bij voorkeur schone vleugelschilden.
Bij voorkeur lange, scherp belijnde banden c.q. Regelmatige krastekening.
Witpen: aan elke vleugel 7 tot 10 aaneengesloten buitenste witte slagpennen, een kleine aarsvlek is toegestaan.
Bij sprenkel en veelkleurig wordt de tekening met toenemende ouderdom donkerder, duivinnen zijn minder vel gekleurd dan doffers.
Wit-kleurgetekend: op witte grondkleur getekend als gesprenkeld; witte slag- en staartpennen zijn toegestaan.
Enkele tot volledig getekende slag en/of staartpennen verhogen de kwaliteit.

 


Fouten

Te smal of te klein lichaam; platte kop; veel rood in de iris; rode en grove oogranden; donkere bovensnavel, aangelopen ondersnavel, stierennek; te lange of te korte rug; te lange staartdracht, sterk open gedragen staart, minder dan 14 en meer dan 18 staartpennen; voordurend op de staart gedragen slagpennen; onzuivere of matte kleur, zeer onregelmatige tekening; bij witpen minder dan 7 en meer dan 10 witte slagpennen en meer dan twee witte pennen verschil.


Beoordeling

Na het algemeen voorkomen zijn de volgende raskenmerken in onderstaande volgorde van betekenis: